scenes uit de Mahabharata

De kunstenares Olga Okuneva heeft een opmerkelijke internationale doorbraak gemaakt met een omvangrijke serie etsen die scenes tonen uit de belangrijkste tekst in het Sanskrit: het Epos van de Bharata Dynastie. Samen met de Ramayana, het Epos van Rama, vormt dit (geheel afgezien van de grote litteraire waarde) de bron van kennis betreffende het Hindoeisme en de toegang tot de geschiedenis van dit deel van de wereld.
Als deel van oeuvre belangrijk, is het ook een doorbraak in haar werk, een belangrijke verdieping in de psychologie van haar werk.

. .




OLGA OKUNEVA

Geboren in Otradniy, Samara, Rusland, 1959
Studeerde aan de Kunstacademie in de stad Orenburg, en aan de
Grafische Faculteit van het Instituut voor de Kunsten en Kunstnijverheid in Kharkov
Vestigde zich als vrij beeldendkunstenaar in 1985

Tentoonstellingen onder andere in:
Yekaterinburg
Moscow
Orenburg
Bhopal
New Delhi
Leningrad
Berlin
Amsterdam
Toronto
Toulouse
Krakov

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2011 van 9 januari tot 11 januari

vrije grafiek en boek-illustratie;

monotypie, ets en lithografie van

OLGA OKUNEVA

In 1994 verscheen een nieuwe uitgave van een, nu geïllustreerde, bundel met novellen en vertellingen, onder de titel
"Temnye Allei", uit 1943 ('Dark Avenues', 1949) van de eerste Russische Nobelprijswinnaar (1933) voor de literatuur:
Ivan Alekseyevich Bunin (1870 - 1953),
met grafische kunst die de verhalen verluchten. Net als het stofomslag en de vormgeving van de beplakking van de harde kaft aan het boekblok van Olga Okuneva.
De keuze voor deze kunstenaar had niet beter kunnen zijn.
Het grondstatement dat gemaakt wordt door het spel van omslag met platten, samen coulissen en toneelgordijnen vormend in een perspectievische blik, geven een niet alleen mooie, maar vooral waardige introductie van wat gaat komen binnen het boekblok: de teksten van een meester-verteller en dichter Bunin; vriend van Anton Chekov en Leo Tolstoy.
Wij kennen Bunin misschien het best in de vertaling van D.H. Lawrence: "The Gentleman from San Francisco".
Zelf vertaalde Bunin onder andere H.W. Longfellow's beroemde "The Song of Hiawatha" een monument van zijn tijd in de westerse litteratuur, waarvoor hij de Pushkin prijs 1903 kreeg van de Russische Academie, het instituut waartoe hij in 1909 gekozen werd als 'honorary fellow'.
De illustraties zijn voorts gemaakt in klassieke monotypie; een slechts voor kunstenaars met een uitzonderlijk beeldende beheersing en een zuiver tekentalent toegankelijke techniek, die op de volledige beheersing van het handwerk aankomt en grijsnuanceringen toelaat die in reproductie alleen door de lithografie benaderbaar zijn.

De, ten tijde van de genoemde heruitgave in 1994, jonge vrije-kunstenares en boek-illustratrice Olga Okuneva begint haar werkzaamheden in de tachtiger jaren van de vorige eeuw.
Ze wordt in 1990 toegelaten tot de Vereniging van Russische Kunstenaars en verwerft in 1998 de titel Eervol Russich Kunstenaar; ze heeft met haar etsen, litho's en tekeningen (en later ook schilderijen) tentoonstellingen over de gehele wereld.

Haar werk, de beeldende vertelling, kenmerkt zich, in het kleurengamma van het fresco, door een fijnzinnige afweging van perspectivisch versneden voorstellingen of deelvoorstellingen (een techniek die ze zal uitbuiten) met iconografische elementen en abstracte patronen in een sfeerbepalende, monumentale omgeving of monumentaal landschap.
Ze werkt veelal in series onder een thema. Het thema, "Een Wandeling in het Park", "Het Circus is gekomen" of bij voorbeeld ook "The Attraction", geeft haar een klassiek theatraal decor waartegen of waarin de persoonlijke gebeurtenissen die plaatsgrijpen in het leven van de personages kunnen worden geplaatst; een werkwijze waarbij de verteller veel dieper kan doordringen tot de individuele drama's door de nuancering van de schijnbaar onbetrokken omgeving z'n volle werking te laten hebben in de relatie tot het gebeuren en de persoonlijke ervaring. De pijn van een personage bij een rozenstruik is nu eenmaal anders dan de pijn van iemand in een roeiboot. Hoe krachtiger de eigen betekenis van de roos, danwel de roeiboot vormgegeven en dus voelbaar gemaakt kan worden, hoe beteknisvoller de pijn van het personage. Uiteraard betreft het de constructie van de raamvertelling, waarbij de vertellersbetrokkenheid gemeten dient te worden aan de hand van de kwaliteit van het overgebrachte inlevingsvermogen in de totale situatie gerelateerd aan de functie die dit deel van het kunstwerk heeft ten opzichte van het raamwerk waarin het zich bevindt. De toeschouwer moet 'intreden' tot het gebied waarin zich alles afspeelt. Ook zijn betrokkenheid wordt bemeten door zijn inlevingsvermogen, zijn begrip voor de totale vertelling ten opzichte van zijn eigen individuele wereld die een bepaalde verhouding heeft tot de dagelijkse werkelijkheid. Het geheel eist naast kennis van de vorm, ook wezenlijke eruditie.

Olga's werk betreft grafiek die 'op de hand' beschouwd moet worden, ook al is het in vele opzichten nadrukkelijk monumentaal. De monumentaliteit is in de prent; is in de voorstelling, en speelt met de 'geschreven' onderdelen van de prent.
Het is geen aan de wand waaraan hij wordt opgehangen overdraagbare monumentaliteit, die de architectuur van een kamer vormgeeft, zodat iemand's niets betekenende interieur status krijgt. Het is de soort autonome grafiek die een eigen wereld schept waar zij zich ook bevindt, en waarvoor de toeschouwer krachtig genoeg moet zijn om de betekenis ervan toe te kunnen laten tot zijn dagelijkse werkelijkheid, die daarmee pas dan verrijkt wordt.
Het is eigenzinnige kunst en geen allemans-versiering; ook al oogt het bij eerste benadering bijna neutraal.
Die ogenschijnlijke neutraliteit is de openingszet van de meester-verteller: "Het was een stille zomermorgen. De zon stond al vrij hoog aan de heldere hemel, maar de velden schitterden nog van dauw; uit de pas ontwaakte dalen kwam een geurig koeltje gewaaid en .." etc. (uit "Roedin" van I.S. Toergenjew in de vertaling van Karel van het Reve uitgeverij G.A. van Oorschot / Amsterdam 1955); het intense en geniale verhaal dat dan volgt toont de mens in al zijn ongelooflijke hoedanigheden, om overigens slechts deel te zijn van het universum dat Toergenjew in zijn volledig oeuvre zal schetsen.
Olga Okuneva hoort in die traditie, heeft zich nooit met modieuse overwegingen daarvan afgewend, maar heeft voor alles haar kunstenaarsziel durven laten rijpen, met als terechte overweging dat een kunstenaar met een waarachtige persoonlijkheid geen 'eigen stijl' moet zien te krijgen of een aangeleerde stijl die bij de tijd lijkt te horen onder de knie moet krijgen, maar gewoon zijn weg moet volgen, omdat zijn of haar wezen het werk electrificeert en alles alleen daaraan dienstig moet worden gesteld.

Het handwerk volgt het denken, wanneer het denken superieur is.

Met dat kunstenaarschap werd Olga Okuneva binnengezogen in een voor haar geweldig inspirerende opdracht in India.
Het betrof de illustratie van het episch gedicht "Mahabharata".
Zichzelf geheel wegcijferend heeft ze zich gestort in de artistieke werelden van de Indiaase beeldhouwkunst en tempel-architectuur, in zijn natuurlijke omgeving. Met de bloemen en planten, de bomen, de dieren en landschappen waarin de vertelling thuis is.
Ze heeft zichzelf daar een thuis gemaakt en dat thuis heeft haar opgenomen met grote waardering.
Er volgde, onder veel bijval van kunstkritiek en persoonlijke waardering uit een breed publiek, een tentoonstelling in het Museum of Modern Art in Bhopal.
De daarop volgende 10 jaar werkte ze afwisselend in India en Europa, terwijl ze zich langzaam ook liet zien als schrijver van essays en novellen, die werden gepubliceerd in kranten en tijdschriften.
En ze bleef tekenen, nu niet zozeer in de kaders van de druk-grafiek, maar het tekenen in de traditie van de vrije tekenkunst, die eerder gerekend wordt tot het gebied van de schilderkunst; een schilderkunst die ze zo ook steeds meer als zelfstandig medium ging hanteren.

In die gehele ontwikkeling zullen we voortdurend, van begin tot heden in haar werk, de boom als voorstelling, met vertakkingen naar alles en het al, tegenkomen; de boom ook die haar innerlijk leidde tot series die weer, geheel in Amsterdam, voor vaste voet zorgen.
Vaste voet, niet zozeer in/op een stukje internationale ruimte, maar in de kern van haar wezen dat een helpende hand reikt aan de vertelster, die er een vertrek en thuiskomst weet.

 

 

 

 

 

 

 

Joseph John Visser Componist

INDEX