|
2011 30 juli - 27 augustus
Het Koningsnummer van de Grafische Technieken
Aan wie het museum
heeft bezocht op de dagen dat er demonstraties zijn van de vakmensen
uit de grafische industrie, kan welhaast niet ontgaan zijn met
hoeveel respect zij omgaan met de handgestoken gravures van het
vroeger koninklijk echtpaar Emma en Hendrik; dat respect is er
vooral voor de afleesbare handvaardigheid van de graveurs - er
wordt wel eens vergeten dat er een werktekening aan vooraf ging
die de artistieke interpretatie van de werkelijkheid deed vertalen
naar de 'waarschijnlijk ambachtelijk haalbare' gravurelijn; de
ontwerper en de graveur waren zelden dezelfde.

We moeten ons voorstellen dat deze illustraties stammen uit de
tijd dat ieder niet al te duur leerboek en elke geîllustreerde
roman 'verzorgd' (een begrip uit die tijd dat de intentie voelbaar
maakt) werd met behulp van gestoken (= gegraveerde) platen (=
prenten). Een uitgeverij/drukkerij had een aantal graveurs in
dienst die het hele jaar prenten staken voor bijvoorbeeld encyclopedieën
(boeken dus nu met een schat aan handgestoken gravures)
Even een correctie op
de termen: steken is het met een burijn, dieper
of minder diep, wegsteken (of voren maken als met een schep of
ploeg) van materiaal uit de oppervlakte van de drukplaat - wat
door de techniek niet veel bewegingsvrijheid in de lijn toelaat;
graveren is een veel algemenere term die ook werd gebruikt
voor het met een burijn
of naald, wegnemen van
was van de etsplaat - wat dus een veel beweeglijker lijn
kan doen ontstaan-, waarna het eigenlijke materiaal van de drukplaat
wordt weggenomen door een zuur.
Al in de 17de eeuw werd er veel met een graveertol, graveermachine
of boor, gewerkt in de glasdecoratie en vervolgens ook bij muziekreproductie.
Graveren is een heel oude techniek en werd al vele eeuwen voor
onze jaartelling gebruikt in (uiteraard dus negatief gestoken)
rolstempels
De plaat is de eigenlijke
drukvorm, de houten plank
of de koperen of stalen plaat; de
prent is de afdruk van
die drukvorm, zoals de prent van een hert (of ander dier) de
afdruk is van zijn poot in de grond.
In de tentoonstelling
met werk van Bettina
Haller laat deze hedendaagse
kunstenares zien hoe vitaal deze techniek in haar (nog veel vaardiger
dan die van de graveurs van het illustere echtpaar)
handen naar voren treedt door dienst te doen in artistiek-inhoudelijke
prenten die een spychologisch gelaagd perspectief verenigen tot
realistische beelden uit een alledaagse werkelijkheid.
Haar verbeeldingskracht die in iedere willekeurige put een welhaast
levend vod weg doet kruip-glippen, wanneer je in staat zou zijn
geweest op tijd te kijken zij, met haar extreem trage en
arbeidintensieve techniek, keek nu juist op zulk tijdstip
maakt ieder alledaags uitzicht op de wereld tot een vertelling;
waarin ieder mens zijn spookbeelden bij haar toch vaak
lief te hebben en zichbaar gemaakte verrassingen van het persoonlijk
geestesoog toebedeeld krijgt. Het zijn de beelden tussen
waak en slaap, waarbij je plots de stoeprand mist en in die andere
wereld tuimelt, waarin alles in een oogwenk kan veranderen.
Bettina Haller maakt literaire
poëzie tot tastbaar beeld en voelt zich dan ook zeer aangetrokken
tot het werk van de verbeeldende dichters. Zo werkt ze aan boekuitgaven
die vrijwel altijd behoren tot de meesterwerkjes uit de bibliofilie;
en dat zonder dat ze bijvoorbeeld experimentele typografie uit
de weg gaat.
Bij haar drukkerij/uitgeverij, de
Sonnenbergpresse,
zijn vele juwelen van boekdrukkunst verschenen.
De uitgeverij is een samenwerkingsverband
met de kunstenaressen Andrea Lange en Birgit Reichert, met ieder
een volstrekt eigen signatuur.
Bij het zoeken naar een verband tussen hen denk ik onwillekeurig
aan de middeleeuwse sprookjes uit de buurt waarin zij wonen en
werken, met overal uit berggrotten opduikende edelstenenverzamelende
kabouters die uit alle windstreken schijnen te komen en er net
zo makkelijk weer, in een oogwenk, naartoe verdwijnen. Maar gelukkig
is bijvoorbeeld Bettina's werkgebied ook de literatuur van Fernando António Nogueira Pessoa.
Zo zijn het niet onder de plaatselijke kobolden, maar is het
de grote wereld van de verbeelding waaruit dit werk voortkomt
en waarin dit werk gedijt.
Zelf spreekt Bettina Haller met zachtaardige,
bescheiden spot over haar met zoveel liefde beoefende techniek
als over 'het Assepoestertje onder de grafische technieken',
om daarmee het gezegde van 'wie de schoen past trekke hem aan'
door te schuiven naar haar publiek, dat om werkelijk op waarde
te kunnen schatten wat er in haar werk gebeurt zich echt moet
verdiepen in de techniek, naast de toch al niet eenvoudige gelaagdheid
van de inhoud.
Overigens, met betrekking
tot de legendarische 'Assepoester': een stofblazer voor het uitstoffen
van letterkasten, zoals u die in het museum aan de wand boven
de letterkasten zult kunnen zien, heet een 'poester', en wie
'achter de poest is' is achter adem hoeveel adem iemand
overhoudt na veelvuldig gebruik van zo'n 'poester' valt te bezien.
Bettina werkt, zoals vrijwel al haar tijdgenoten, niet meer op
het (meer legendarisch dan werkelijk algemeen gebruikt) kops
palmhout (peer, kers en appel - zelf gebruikte ik ook de steenharde
plakken oudere vlierstam, wat wel bij niemand hoge ogen gooit
- was kops, zowel als langs, de traditie), maar gebruikt kunststof
materiaal; de techniek op zich is er niet van veranderd.
Alle schaaf-, steek-, schraap- en snij-, als ook puncteertechnieken
zijn bij haar in vertrouwde handen; en zo doet ze iedere gewenste
toon ontstaan.
Daarnaast gebruikt ze in de drukfase kleur- of toonblokken; soms
als middel om de gehele prent even los te maken van de feitelijke
drager (het papier), soms (en dan is er sprake van deelblokken,
die vaak erg graffineerd gesneden zijn) voor een objectkleur,
soms als ruimtelijke ondersteuning, soms ook als extra nuancering
van de gestoken grijstonen. Zodoende is in enkele prenten de
stofuitdrukking verrijkt, terwijl in andere prenten met dezelfde
technische middelen de dichterlijk-psychologische zeggingskracht
(dus ook letterlijk) met een laag verdiept is.
|